|
|
| |
... Op school kunnen zij wegdromen door de beelden die opgeroepen zijn tijdens een les. Ze kunnen verbaal (talig) onderwijs niet goed volgen maar volgen dit versnipperd omdat ze steeds met hun gedachten weg zijn. Zij kunnen moeite hebben met spelling, lezen vaak anticiperend (niet wat er staat maar wat ze denken dat er staat), houden meer van stripboeken. Ook kunnen zij moeite hebben met cijferen en klokkijken. Wel kunnen ze goed zijn in complexe wiskunde.
Vaak hebben ze moeite met het inschatten van tijd. Zij leven in het nu en zijn een deel van de tijd. Zij kunnen ook moeite hebben met organiseren, zien details over het hoofd of overorganiseren en zijn heel detaillistisch. Het zijn gevoelige bij de maatschappij betrokken mensen.
Hun manier van waarnemen en informatie opnemen kan hen veel moeilijkheden geven in de school omdat deze vooral verbaal (talig) is. Kinderen kunnen hierdoor gaan denken dat ze dom zijn. Zij krijgen echter de lesstof (onbedoeld) verkeerd aangeboden. Het ligt niet aan hen maar aan het feit dat er geen rekening wordt gehouden met hun leerwijze.
Het is van groot belang om deze denk- en leerstijl tijdig te onderkennen. Het zijn vaak enthousiaste kleurrijke kinderen met veel fantasie en creativiteit. Dit kunnen ze behouden als het onderwijs hen omarmt en rekening met hen houdt.
|
|
|
|
| |
|